Overdenking 19 april 2020

Gepubliceerd op 19 april 2020 om 11:02

Overdenking van zondag 19 april door ds. Jan Willem Drost

`Het laatste woord mag nooit aan de dood gegeven....

Dit verhaal van de Emmaüsgangers is onlosmakelijk verbonden met Pasen. Hun worsteling, verwoord in het tweede couplet dat Lize zong, verwart en benauwt hen.

Het laatste woord mag nooit aan de dood gegeven,

geef in Godsnaam toch wat hoop op licht en leven.

 

De vreugde over de Opstanding is ver weg. De vraag naar wat hun reis, hun tocht, hun leven met Jezus heeft opgeleverd, dragen ze in somberheid met zich mee. Waarom dat kruis, waarom die dood? De frustraties en de verzuchtingen lijken over elkaar heen te rollen bij de mannen die op weg zijn naar hun huis, misschien ook wel gevlucht uit de stad. En op die lastige, zware wandeling krijgen ze ineens een reisgenoot. Het is een verhaal dat we bij geen andere evangelist aantreffen, maar een verhaal dat zo typerend is voor Lucas. Lucas is degene die gelooft en belijdt dat in rituelen, verhalen en gebeurtenissen een hartverwarmende ontmoeting met de Levende Heer plaatsvindt. Hij is de Aanwezige en de Afwezige, de Heer die onverwachts opduikt, maar ook de Heer die niet altijd bij je is. Vooral Aanwezig als het er op aankomt. En hier komt het er op aan.

 

Vorig jaar vroeg de school waar ik lesgaf mij, of ik voor de Veertigdagentijd een project zou willen maken waar ze op de school een beetje mee uit de voeten zouden kunnen. In de aanloop naar de kruisiging zijn wel verhalen te vinden die je je heel menselijk kunt voorstellen: verraad, een vriend in de steek laten als het heftig wordt…. Geen vrolijke verhalen, maar ze zijn voorstelbaar. Maar die kruisiging betekenis geven voor mensen die ook niet erg vertrouwd zijn met de bijbelse context: hoe doe je dat? Ik was daarbij uitgeweken naar dit verhaal, dat van de Emmaüsgangers, omdat Jezus hier als leraar uitlegt dat vooral de opstanding van belang is. Dat  is waar we mee verder moeten.  In dat project bleek trouwens hoe waar het is wat Daniël Lohües zingt: ‘Soms buj te bang’ , want de leerkrachten vonden toch wel dat de kinderen van het lijden en sterven van Jezus aan het kruis moesten horen. ‘omdat’, zei een van hen, ‘Jezus de macht van het kwaad heeft doorbroken’. Ik had het niet beter kunnen zeggen.

 

Maar ik vertel jullie dit om aan te geven dat Jezus hier onderweg de rol van leraar en catecheet heeft. Voor aspirant-gelovigen in de vroege kerk was dit een belangrijk verhaal. Het is de tweede keer dat Jezus’ opstanding wordt gezien. Twee keer, nu met twee getuigen, maakt het een feit, maakt het waar. Jezus is opgestaan! Dat mogen we geloven. Dat is waar het om draait!

 

Wat opvalt aan het verhaal – en wat Lucas gelovigen ook zeker wil voorhouden – is het feit dat Jezus mensen op hun weg tegemoet komt. Op hún weg, op hún niveau luistert Hij naar hún problemen. Hij is daarbij zelfs bereid de verkeerde kant uit te lopen. Ze lopen Jeruzalem uit terwijl het toch allemaal in en om Jeruzalem gebeurt!

 

Ergens las ik, als het over Pasen gaat, deze tekst:

Wat wil ik terwijl ik roep in de stilte

Van de vroege ochtend.

Een antwoord?

 

Dat is de vraag niet. 

 

Die omdraaiing intrigeert. Is er geen antwoord op de vraag wat Pasen voor ons betekent, wat het ons oplevert….?

 

Dat is de vraag niet.

 

Wat het ons oplevert…. Ik wil u gewoon vertellen hoe ik het zie. Gewoon van mens tot mens, dwars door een scherm heen. En in mijn achterhoofd gebruik ik daarbij wat gedachten van Tom Wright, die al eerder voorbij kwam.

 

Wat in Jezus’ kruisiging en in al die andere duizenden kruisigingen tot uitdrukking kwam, was waar de macht van mensen toe kan leiden: de massale dood van zovelen die niet willen luisteren, die blijkbaar geen recht op leven hebben. Daarmee verbonden is de hunkering naar absolute macht, naar geld, naar – om het samen te vatten – de wil om zelf God te zijn. Die strijd wordt op Golgotha uitgevochten. Is God onderdeel van ons systeem waarin uiteindelijk mensen de macht hebben of staat God daar boven? In Jezus is God er niet onder te krijgen. Hij staat op, weet Zijn beweging die uitgeroeid moet worden, weer op stoom te krijgen en leeft zo voort in hen. Zeer tegen de wil van de machthebbers, de menselijke macht, in. Uiteindelijk – en deze tijd helpt in dat denken wel mee – hebben we als mens dat leven nooit helemaal in de hand! God wel? Nee, God heeft geen leven als corona in de hand, dat klopt. Maar corona en tal van andere gebeurtenissen, ziekten bijvoorbeeld, zijn niet het gevolg van Gods schepping, maar van menselijke eigenzinnigheid, van twist, van menselijke experimenten, menselijke fouten. Dat geloof ik.

 

God komt ons daarin wel tegemoet in ons lijden, in Jezus. Op de weg door de ellende héén om even in het verhaal te blijven. In die ellende, in die moeilijke keuzes loopt Jezus met ons mee. Voor de een is dat een gevoel van houvast: je draagt het niet alleen. Voor de ander is dat het verlangen naar wijsheid, een juiste beslissing;  voor een derde komt Christus naar je toe in een verzorgende, een hand op het juiste moment, een knipoog, een kaart.

 

Iemand vertelde mij afgelopen week, dat iemand hem de wijsheid had gegeven: ‘Ga met God en Hij zal met je zijn.’ ‘Maar hoe dan?’, vroeg hij zich af. ‘Waar is God dan?’ 

We zaten even op een bankje en ik zei hem dat geloof niet zo makkelijk aan te wijzen is. Je kunt het wel in je hoofd hebben, maar het voelen is een heel ander verhaal. Er zijn, zo uit mijn hoofd, maar drie momenten in mijn leven dat is zo intens voelde dat God naast me stond, mij hoorde, maar tegelijkertijd zijn er talloze momenten dat ik vermoed dat God me iets liet weten aan geloof, aan hoop, aan liefde. Beide zijn voor mij: ‘Hij zal met je zijn’, al is er natuurlijk verschil in intensiteit. God voelt niet altijd als een mantel om je heen geslagen, zoals we zingen in lied 221. Dat betekent niet dat Hij er niet is.

 

De leerlingen herkenden Jezus aan het breken van het brood. Wat Lucas lijkt te zeggen, tenminste: dat is de boodschap die ik eruit haal, is: ga met Jezus op pad, door de ellende, door de crisis heen. Je ontloopt er de problemen niet mee, maar Hij zal je reisgenoot door de nacht loodsen. Wat in dit verhaal zo duidelijk wordt is dit: als de tocht achter de rug is, wordt vast duidelijk waarin Hij zich liet zien. Zoals in Emmaüs in het breken van het brood. Hij wil het goede voor je. In dat Goede wordt Hij zichtbaar. Want de kwade machten van het leven? Daar staat Hij boven. 

 

Een antwoord op Pasen? Dat is de vraag niet.

 

Omdat het antwoord op Pasen een weg is. En op die weg zal vaak blijken, zoals Juliën Holtrigter dat in het gedicht  ‘Daar waar nog licht brandt’ verwoordt, dat uitgerekend de nacht het licht van de wereld bevat. Op weg naar Emmaüs werd dat duidelijk: zo onverklaarbaar die ontmoeting, maar zo logisch dat ze zich aan tafel op een nieuwe weg gezet voelden. De luiken gaan dicht. De tijd van bezinning en Pasen is voorbij. We moeten de wereld in, hoe lastig ook. Met de Heer als reisgenoot!  Amen.

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.