Pastorale brief nr 6

Gepubliceerd op 22 april 2020 om 21:42

En alles was anders...

En het duurt maar voort! Deze zo vreemde periode. Later zal de geschiedenis er over schrijven en jij en ik zijn er onderdeel van.

Huub Oosterhuis schrijft:

“Hoever te gaan?

En of er wegen zijn?

Nooit meer gebaande? 

Omdat zij willen leven alsnog nooit, angstig te moede.

Zijn zij gegaan met grote hinkstapsprongen”.

 

Het is een tijd van nadenken. Tenminste zo overkomt het mij. Nadenken over waar we zo mee bezig zijn in ons leven. Is het oké wat we doen. Zijn we, om in Bijbelse beelden te spreken aan het vissen AAN DE GOEDE KANT VAN ONS LEVEN? Sta ik stil? Of maak ik grote hinkstapsprongen?

Als ik mijn leven overdenk, dan zijn er veel dingen om dankbaar voor te zijn. Mijn vrouw, mijn grote liefde en onze kinderen. Dan is er ook de verwondering over al dat goede wat er in ons leven is en is geweest. Wat is en was er veel van wat ik “liefde” wil noemen. We hebben het goed met elkaar. Er is veel goeds en er is veel goeds geweest en we hebben veel gedeeld met wat ik “de onderkant “van onze maatschappij zou willen noemen. Veel kwam er van de grond in de kerk en op het vlak van zingeving. Verwondering dat de Geest zo kan waaien. Want zo hebben we dat wel ervaren. Maar de grootste verwondering kwam wel op die momenten dat het moeilijk was. We hebben altijd het gevoel gehad dat we dan gedragen werden. Niet dat het minder zwaar werd, maar wel bracht het ons bij het gevoel niet alles in de hand te hebben. We hebben wat afgevochten om uiteindelijk te leren dat niet wij de regie hebben. Dan pas leerden we dat je kon opengaan voor de verwondering. Je ogen gaan open voor wat je onverwacht geschonken wordt. We werden verwonderd door anderen en door God die ons te midden van wat moeilijk was nieuwe dingen schonk. Altijd weer was er die “afhankelijkheid “ van de Geest van God. We leerden luisteren naar de Geest. Maar er zijn ook vragen. Vragen over de verhoudingen in deze wereld. Bij de uitbuiting van deze aarde waar ik natuurlijk ook aan meedoe en deed.  Er zijn vragen over alle onrecht die aan vluchtelingen aangedaan wordt en waar ik - of ik dat nu leuk vind of niet - aan meedoe, simpelweg omdat ook ik in het “rijke“ westen woon. De hongersnood, die nu weer dreigt in Afrika vanwege enorme sprinkhanenplagen! De duizenden doden die vallen door het onrecht wat elders in deze wereld gebeurt! Leef ik bij al die vragen ook in “afhankelijkheid” van de Geest of ga ik hier mijn eigen gang?  Vis ik aan de goede kant? Luister ik eigenlijk wel? Of zoals Bonhoeffer zegt: “God laat mijn gedachten zich bij U verzamelen. Bij U is het Licht. Bij u is het geduld. Ik begrijp uw weg niet, maar u weet de weg voor mij”.

Als ik de zondagse lezing van vandaag lees, over de leerlingen van Jezus die weer visser zijn geworden, komt de vraag onherroepelijk op: “zie ik aan welke kant ik mijn netten kan uitgooien?”

Als de leerlingen de weg volgen van hoe ze het altijd hebben gedaan, is de vangst niets. Hoe leren zij toch om hun netten vol te krijgen? Door te luisteren! Door een vreemde – en toch bekende stem- die klinkt. Ze leren het over een andere boeg te gooien.  Ze leren luisteren naar de “Geest“ van God. Voorbij het niet kunnen! Ze leren te gaan “met grote hinkstapsprongen“. En worden van gewone vissers, “vissers van mensen”.

Wat zou de Geest van God jou en mij, in en na deze coronatijd, influisteren? Wat zou de Geest in onze tijd ons eigenlijk te zeggen hebben? Wat zou Gods Geest jou en mij te vertellen hebben in deze tijd waarin alles even stilgezet wordt?

Ik zou zeggen: “Laten we deze tijd gebruiken om meer dan anders opnieuw te leren luisteren naar die stem van de Geest, die door alles heen klinkt”.  Misschien vertelt die stem ons allen wel andere dingen. Eén ding leert het ons allen; als we ons net vol willen krijgen, dan mogen we leren luisteren naar die Stem. Laten we dat vooral doen! Het zal onze tijd kleuren. En het zal geschiedenis schrijven.

En misschien wordt het dan wel zoals het lied van Oosterhuis zingt:

Ik dacht een dorre vlakte te zien. Volle schoven zie ik, lange halmen,

aren, waarin de korrel zwelt. Bomen omranden het bouwland.

Heuvels golven de verte in, bergopwaarts en worden wolken”.

Laten we hopen dat deze tijd, een tijd van bezinning voor eenieder van ons kan zijn.

 

                                                                              

                                                                               Vrede en alle goeds in deze verwarrende tijden,  

                                                                    namens het pastorale team: Dick Sonneveld


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.