Overdenking 22 maart 2020 door ds. Jan Willem Drost

Gepubliceerd op 30 maart 2020 om 15:17

Gemeente van onze Heer,

 

We zijn terecht gekomen in Egypte, het land van de magie. Een 80- en een 83-jarige zijn door de God van Israël op pad gestuurd om een volk te bevrijden uit een wereld, waar geen toekomst voor hen is. En God heeft Mozes een belofte gegeven voordat hij bij de farao op bezoek gaat: ‘Je zult als een God voor de farao staan en Aäron zal je profeet zijn’. Dat is nog niet zo’n gek gedacht, want van Mozes is bekend dat hij niet best uit zijn woorden komt. Dan is een woordvoerder die het mooi kan verwoorden wel handig. De boodschap die ze moeten brengen is even duidelijk als simpel: het volk moet twee dagen vrij zijn om hun God in de woestijn te kunnen aanbidden.

 

De farao is niet zomaar iemand. In Egypte is hij ‘God’ en dus begint de ontmoeting met een strijd om wonderen Iemand die in de oudheid tekenen doet of voorzegt, toont daarmee in contact te staan met zijn of haar God. God heeft Mozes de opdracht gegeven zijn staf op de grond te gooien. De staf zal dan een grote slang worden. Wij kennen de slang in onze tijd van de esculaap. Dat teken kom je tegen op ambulances bijvoorbeeld. Daar is de slang de schenkster van wijsheid en leven. Maar de slang heeft ook een andere kant, die van listigheid en dood. Dat betekent dat wie de slang in zijn of haar macht heeft heerst over dood en leven. Dat is het idee wat er hier achter zit. Helaas lijkt de tovershow niet helemaal het gewenste effect te hebben. Alles wat Mozes en Aäron uit de kast halen, kunnen de Egyptenaren ook. De midrasj, de rijke Joodse bijbel uitleg, vertelt zelfs dat farao zijn vrouw en niet veel later 4- en 5-jarige kinderen dezelfde kunst laat uithalen. Daarmee lijkt de missie al bijna mislukt, maar niets is minder waar. Het is slechts een eerste contact waarin duidelijk wordt: ‘We praten op gelijk niveau’.

 

De eerste echte confrontatie vindt plaats langs de rivier de Nijl, die als een soort van vruchtbaarheidsgod werd aanbeden. God geeft Mozes de tip om langs de Nijl de farao op te wachten als hij bezig is aan zijn wandelingetje. Ik denk een beetje aan de tekening van Len bij de opmaat. En Mozes moet de farao opwachten met zijn staf in de hand. De staf die dus herinnert aan de gedachte dat Mozes zijn God achter zich heeft staan. Dat blijkt ook. Met een slag van de staf op het water van de rivier verandert alles in bloedrood water. Water waar het leven uit is, water dat gaat stinken, ondrinkbaar is, ziekten voortbrengt. Zeven dagen lang. Niet alleen de rivier, maar op elke plek waar water is, wordt het ondrinkbaar. De paniek is groot. De landbouweconomie die floreerde, krijgt een slag. Mensen en dieren  sterven. Zeven dagen geen water in die hitte, hoe overleef je dat? En wij weten dat het zeven dagen is, het staat in het verhaal. Maar wat te denken van de fruittelers en boeren aan de rand van de Nijl? Die weten het niet. Hoe lang gaat dit duren…. Dagen, weken, maanden?  Ze slaan waterputten op zoek naar water, maar komen er ook achter dat in de landstreek Gosen nog wel gewoon water is. Water dat alleen goed blijft, staat er, als ze de slaven van Israël daarvoor betalen. Maar de farao is er niet door te veranderen. Want als hij het zijn eigen magiërs laat doen, kunnen ze het ook. Alleen niet met een heel land blijkbaar. Daarin in de kracht van de God van Mozes toch groter.

 

‘Waarom dat bloed of bloedrood?’, vroeg ik me af. Het is een herinnering, zeggen uitleggers, aan al dat vergoten bloed van de slaven in Egypte, maar ook aan het bloed dat nog vergoten gaat worden: straks als de eerstgeborenen sterven. En het herinnert aan het bloed aan de deurposten, straks in de nacht voor het vertrek.

 

Wat deze eerste plaag, maar ook wat een plaag als corona veroorzaakt in onze wereld, is in deze eerste lezing wel helder. De samenleving raakt ontwricht. We krijgen geen voortdurende update in nieuwsbulletins en praatprogramma’s, maar je kunt je er iets bij voorstellen.

 

Gisteren stuurde een nicht van mij, die ik al een jaar of tien niet gesproken had, me ineens een filmpje op van een preek van een Anglicaanse priester. Ik had als voorbereiding op deze dienst zitten bedenken dat ik eigenlijk iets moest doen met de gedachten van Tom Wright. Dat ga ik u zo uitleggen. Maar eigenlijk twijfelde ik daarover een beetje, omdat mensen binnen en buiten onze gemeente tegen me zeiden: ‘Jan Willem, breng je wel een beetje hoop?’ Maar het bijzondere is, dat de priester van het filmpje eigenlijk exact verwoordde wat mij aansprak bij Wright. Wright was aartsbisschop van de Anglicaanse kerk voor hij professor Nieuwe Testament werd. En toen ik dat filmpje kreeg, dacht ik: ‘Ik moet het toch maar doen’.

 

Tom Wright zegt: van oorsprong was de schepping een kruispunt van hemel en aarde. We zijn beelddragers van God en tegelijkertijd rentmeesters van de aarde. Als je wilt omschrijven waartoe wij hier op aarde zijn, om het wat klassiek te zeggen, komt uit het verhaal van Genesis naar voren dat we hier zijn om te vieren, om God te aanbidden, om ons voort te planten en om verantwoordelijk te zijn binnen het rijke leven van de schepping en haar ontwikkeling. Als het gaat om het moment waarop het fout gaat, zegt Wright, dan gaat dat niet om het wel of niet eten van een appel maar om dit: we hebben onze roeping ondersteboven gekeerd en krachten en machten belangrijk gemaakt die we niet meer kunnen beheersen. Mondkapjes pikken en voor kapitale prijzen op de markt gooien in plaats van het besef dat die zo keihard nodig zijn bijvoorbeeld; het lot tarten omdat de regels om corona in te dammen niet voor jou gelden natuurlijk….Wright vat ze samen onder de vier woorden ‘ik’, ‘macht’, ‘geld’, ‘seks’.  Er zijn vast veel voorbeelden van te geven. Die machten groeien en groeien en worden onbeheersbaar als we ons daaraan blijven overleveren. Dat verandert, zegt Wright, als we uiteindelijk beseffen dat het daar niet om gaat. Dat er Iets of Iemand veel belangrijker is. En daar moeten we naar terug. Terug naar de liefde van God, de liefde die ons allemaal verbindt, terug naar wat Jezus ons leert: ‘Niemand heeft grotere liefde dan hij of zij die zijn leven geeft voor zijn of haar vrienden.’ Dat hoeft niet letterlijk natuurlijk, maar kan op vele manieren. Premier Rutte vertaalt dat misschien met de woorden ‘Zorg voor elkaar’. In het lied dat Twan zong staat het met de woorden: ‘samen kom je boven’.

 

Ik denk, gemeente, dat de last van deze tijd ons dat besef wel weer brengt. Zoals we ook dichter bij elkaar kwamen na de aanslagen in het verleden waardoor we ons afvroegen: waar gaat dit in ’s hemelsnaam heen? 

 

Afgelopen week dacht ik, met die opmerking in mijn hoofd dat er toch ook een beetje hoop gepreekt moest worden ineens aan de Theologie van het Bergviooltje. Die Theologie – je mag ook geloof zeggen of wat je wilt – bedacht ik toen Gerjon en ik ruim 25 jaar geleden de Pyreneeën doortrokken. Rugzak op met bepakking en fijn berg of en berg af. Op de mooie dagen met niet al te hoge temperaturen, niet te lang in mijn geval, liep het prima. Maar vooral op de zware lang of warme dagen liep ik toch vooral naar de grond te kijken omdat mijn rugzak te zwaar was en het leven niet meer zo leuk. Juist op zo’n dag viel me ineens op dat er langs het pad bergviooltjes stonden. Ze stonden zelfs op een plek waar ik wanhopig omhoog keek vanwege een steile klim. Alsof dat bergviooltje daar stond om mij moed in te spreken. Om mij te laten zien wat een studiegenoot van me altijd als eerste zei als hij op stond: ‘Het leven is goed’. Daar wordt het leven niet goed van over de breedte, maar je wordt even opgetild uit je misère, je gaat even anders kijken naar het leven en – vooral – naar de kleine schoonheid. En dat geeft je hoop, doet je even lachen, geeft je hoop dat straks ook een ander moment nog volgt na de zware klim. Dat het leven ook een andere kant heeft.

 

In Egypte was dat heldere water in Gosen zo’n moment. ‘We hebben nog water, we kunnen drinken’.  Daarmee werd het leven niet anders, niet makkelijk, niet fijn. Er zou nog een hoop ellende volgen voor het volk verlost werd. Maar dat moment, die zeven dagen, gaven hoop. Hoop dat het ook anders kon.

 

We lopen met een zware last op de rug, maar we zien ook mooie dingen gebeuren die anders onzichtbaar bleven. Duizenden die zich melden om de zorg te ontlasten, tienduizenden die bellen en omzien naar elkaar, talloze die op een creatieve manier proberen kinderen les te geven, om iets van een lach te brengen in ons land en de rest van de wereld. Dat allemaal helpt. En het helpt, denk ik, om elkaar te zien en te blijven zien als beelddrager van God. Als degene die geroepen is om samen met jou te delen, te dragen, te vieren, te huilen, te gedenken en te leven. Al is dat nu misschien voor even op afstand. Amen.  

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.